Gerbils worden ook wel springmuizen ( springen wel 1 meter ver en 50 cm hoog), renmuizen of woestijnratten genoemd. Ze komen voor in dorre steppe gebieden en halfwoestijnen. De gerbil heeft zich aangepast aan de omstandigheden: op de heetste en koudste momenten van de dag slapen ze in hun hol. Gerbils kunnen eigenlijk niet tegen grote temperatuurswisselingen en onder de grond is de temperatuur vrij stabiel. Ze voelen zich het prettigste bij 20-24○C. Ze kunnen water opslaan in hun vetlagen, hebben droge ontlasting en urineren zelden. Er zijn verschillende soorten. De Mongoolse gerbil (Oost Europa / Noord Afrika) wordt het meeste als huisdier gehouden omdat ze overdag ook actief zijn. Het zijn vriendelijke, sociale, relatief intelligente, levendige en vooral nieuwsgierige dieren. Gerbils zijn knaagdieren met een sterke familieband. Het ondergrondse gangenstelsel wordt door enkele mannetjes bewaakt, als er gevaar dreigt roffelen ze met hun pootjes. Bij een groep Mongoolse gerbils is er altijd een dominant paartje en alleen zij krijgen jongen. Zolang het dominante vrouwtje aanwezig is krijgen de andere vrouwtjes namelijk geen bronstperiode / cyclus. Onder de buik, net voor de navel hebben gerbils een geurklier zitten.